Lens ‘14-18

Grauwe geschiedenis respectvol verbeeld

Sereen, sober, somber. Het nieuwe bezoekerscentrum in Souchez maakt een duidelijk statement. Het lijkt alsof de Franse makers de in zoveel musea obligate ‘beleving’ resoluut de rug toekeren. Maar dat is niet bewust. Met veel respect voor de herinnering aan duizenden doden en met een blik op de streek bouwden ze een donkere doos tegen de heuvel van Lorette aan. UiT ging kijken en beveelt warm aan.

Eenvoudig zwart beton

De herdenking van de Eerste Wereldoorlog leidde in onze regio al tot mooie momenten. Denk aan het vuurfront, denk aan de herdenking in Tielt, denk ook aan de honderden brandweerkazernes waar de Last Post weerklonk. Ook in het Noorden van Frankrijk levert de herdenking mooie nieuwe initiatieven op. Zoals het recent geopende Lens’14-18, een herdenkingscentrum vergelijkbaar met dat in Ploegsteert.

De aanblik is somber en verlaten. Een eenvoudige zwart geschilderde betonnen constructie die zich aanschurkt tegen een heuvel waar duizenden soldaten het leven lieten: Notre-Dame de Lorette. Architect Pierre-Louis Faloci creëerde een gebouw dat het uiterlijk heeft van een bunker, donker en grauw. Binnen biedt het gebouw een grote geborgenheid, en door de goedgekozen inkepingen in het volume krijg je het omringende landschap gepresenteerd als een postkaart: van de dodenheuvel tot de mijnterrils van Lens kilometers verderop.

Beklemmend

Souchez lag in de oorlog midden de vuurlinie. Het dorp was in 1915 al plat gebombardeerd toen het een strategische plek werd in de strijd om de heuvelrug van Vimy. Vanop de heuvel van Lorette kan je een groot deel van het Bassin Minier zien, met de weg van Arras naar Lens aan je voeten. Het is na zes dagen bombarderen dat de Fransen de hoogvlakte van Lorette weer konden innemen. Hun strijdmakkers zijn Marokkanen, die doorstootten naar Vimy.

Lorette

Het centrum telt zes ruimtes. “Spirituele ruimtes waar de somberte mag heersen”, zegt de architect erover. In het semi-obscure vind je reeksen zwart-wit foto’s, films, pancartes, interactieve tafels, kaartanimaties en objecten die het leven vertellen van aan het front. Het beklemmende van de loopgraven uit zich in de donkere gangen, waar je snakt naar het licht van buiten. Een verwijzing naar hoe de jongemannen zich gevoeld hebben die maanden in de natte donkere velden lagen. De gruwel van de oorlog wordt je niet gespaard: dit centrum toont hoe de machinale oorlog ontmenselijkt, de foto’s getuigen van een tijd waar op grote schaal werd gemoord. Anonieme lijken in een kapot geschoten landschap.
Net door de simpele soberheid van de presentatie, wars van de bombarie van vele andere oorlogsmusea, grijpt dit bezoekerscentrum aan. L’enfer du Nord. Dat was het hier. Een hele generatie is hier kapot geschoten.

Op het einde van het bezoek trekt een interactieve tafel nog de aandacht. Een meterslange aanraakgevoelige constructie die maar liefst 2.000 luchtfoto’s van het front ontsluit. De fotografen waren Britse piloten die de negentig kilometer lange frontlijn tussen Armentières en Bapaume haarfijn in beeld brachten. Elke morzel grond, de gekartelde loopgravenlijnen, de immense bevoorradingsconstructies achter het front. Eén voor één zichtbaar op de grijzige foto’s, jarenlang bewaard in het Imperial War Museum in Londen. Drie jaar heeft deze reconstructie geduurd, met de hulp van onderzoekers uit Gent.

Verbindende ring

Het regent terwijl we het centrum verlaten. Onder de grijze hemel en langs de velden met graan en papavers trekken we de heuvel op, naar de nationale begraafplaats van Notre-Dame de Lorette. Rechts zien we van ver de witte kerk en de monumenten die de begraafplaats bepalen, met een veld van kruisen en rode gravel. Links zien we een donkere band door het landschap scheren. Dat is de Anneau de Mémoire, een werk van architect Philippe Prost dat op 11 november vorig jaar werd geopend door de Franse president. In een immense ellipsvormige ring die - deels ingegraven, deels zwevend - in de heuvel hangt, liet de architect de 580.000 namen graveren van diegenen die sneuvelden in het mijnbekken. Een verbindende ring: de enige rangschikking die er is, is die van het alfabet.

De begraafplaats is de grootste Franse militaire begraafplaats. Soldaten uit de fronten van de Frans-Vlaamse en de Belgische Westhoek liggen hier begraven, samen met hun makkers die in de Artois sneuvelden. 20.000 met identiteit, meer dan 22.000 onbekende soldaten. Een paar kilometer verder is het niet beter: in de Duitse begraafplaats van Neuville-Saint-Vaast rusten bijna 45.000 mensen. Door de regio trekken is herinnerd worden aan de terreur van honderd jaar geleden.

Streek in herstel

We rijden door naar Vimy. De lucht is opgeklaard, het groen en blauw kleurt deze regio. Het blijft wennen dat - in vergelijking met de Westhoek - de horeca niet inspeelt op de oorlogsherdenking; hier zijn ook amper cafés, amper restaurants. Hier heb je kilometerslange zichten, velden en bossen, schaarse bewoning. En als je dan een dorp binnenrijdt, is het er stil.
Deze streek herstelt nog van haar mijnverleden. Het Louvre streek een paar jaar geleden neer in Lens, het leverde een dikke 400 jobs op. In het nabijgelegen Liévin start binnenkort de bouw van een immense depot dat het werelderfgoed van het Louvre moet huisvesten en beschermen, opnieuw goed voor tientallen jobs. Publieke projecten moeten hier de motor zijn voor private investeringen die nog moeten komen.

Hoe anders is de sfeer van het Canadese oorlogsmonument van Vimy als we de heuvel opsjezen. De rode gravel van Lorette en de grijze huizen uit de vallei maken hier plaats voor frisgroen gras en een immens wit monument dat de armen uitstrekt naar de hemel. Vanop deze heuvel kan je de regio Lens in al haar pracht bewonderen. De vele mijnterrils liggen als piramides aan onze voeten. Onlangs nog schoot men van op deze terrils over het hele Bassin Minier heen vuurwerk de lucht in om te vieren dat dit industriële landschap al een paar jaar op de lijst van het Unesco-werelderfgoed staat. Het leverde een lichtspektakel op - vergelijkbaar met de bergvuren in Lord of the Rings - waarvan je kilometers ver van kon genieten.

Canadees monument

Nu we op de heuvelrug van Vimy rondlopen is het licht en is het dag. Ondanks de drukte is het hier stil en sereen. Het omliggende bos staat vol symboliek: elke boom staat voor een gevallen soldaat. Het monument eert de 60.000 Canadezen die hun dood vonden op Franse grond, ver weg van huis. Op 10 april 1917 veroverden de Canadezen deze heuvelrug, een markante overwinning in een onoverzichtelijke strijd.
Bescheiden, langs het terrein, tegenover een autoparking vinden we nog een klein monument. Het eert de Marokkaanse divisie waarvan een deel hier in het begin van de oorlog sneuvelde. 

Ze kwamen van de heuvel van Lorette maar waren met te weinig vuurkracht. De Marokkanen behoorden tot de meer dan 800.000 soldaten die Frankrijk uit haar kolonies en protectoraten rekruteerde: Algerijnen, Tunesiërs en Marokkanen. De Marokkaanse divisie ging later in de oorlog nog aan de slag in de Westhoek, bij Bikschote en Hill 60. “Tirailleurs” werden ze genoemd. Ze krijgen een groet van me, voor we de heuvel afrijden en daarmee honderd jaar terugkeren uit de tijd.

Meer informatie

Lens’14-18, centre d’histoire Guerre et Paix bevindt zich in de rue Pasteur in Souchez langs de D937, de weg aan de voet van de heuvel van Notre-Dame de Lorette. Het centrum is elke dag open, behalve maandag, van 10 tot 18 uur (17 uur in de herfst en winter). Ingang is gratis. Je kan terecht in het Nederlands bij het onthaal en alle pancartes zijn te lezen in het Nederlands.

Website: www.tourisme-lenslievin.fr

Tekst en foto's: Bart Noels

Meer foto's vind je op de facebookpagina van UiT in zuidwest. 

Meer UiT in de metropool

UiT in zuidwest is een realisatie van zuidwest | www.zuidwest.be | alle rechten voorbehouden | UiTPAS gebruiksvoorwaarden | UiTPAS privacybeleid