Stadsfestival Salto

Salto

Dirk Opstaele is een theatermaker die al dertig jaar lang in Brussel woont en werkt, iemand die zijn vak geleerd heeft in Parijs en die daarna met Ensemble Leporello een gezelschap heeft opgericht met internationale faam. Toch blijft Dirk stevig verbonden met zijn West-Vlaamse roots. Dit jaar is hij als Oostendenaar co-curator van het Stadsfestival Salto. Een totaalspektakel gemaakt voor en door de inwoners van Menen en omstreken waarin muziek, theater, circus en beweging uw zinnen zullen ontluisteren.

Hoe ben je bij Salto betrokken geraakt?

Bart Bogaert van CC De Steiger vroeg mij en mijn gezelschap om als co-curator mee te denken over de invulling van SALTO 2015. Het moest een klein festival worden rond een centraal thema en met een tent als centrale plek. Daarin en –rond willen we activiteiten en producties organiseren die een zo breed mogelijk artistiek veld bestrijken. Gaande van muziek, tot beeldende kunsten, tot straattheater, performance dans enzoverder.

Dirk Opstaele

Als ik het goed begrijp zijn de inwoners van Menen de belangrijkste acteurs, vanwaar dit idee?

We wilden niet alleen toeschouwers aantrekken maar ook mensen uit de stad en de streek aansporen om mee te helpen bij het bedenken, realiseren en uitvoeren van de activiteiten. Zo heeft de Meense componist Frederik Neyrinck een compositie geschreven die onder andere met lokale koren en een lokaal accordeon-orkest zal uitgevoerd worden en zal het Ensemble Leporello door middel van workshops een gekostumeerde parade of ‘ommegang’ choreograferen waarin iedereen die zin heeft mee kan stappen. Er zullen ook collectieve krijttekeningen worden gemaakt op blinde muren en straattegels en er is een wedstrijd uitgeschreven waarbij de deelnemers de uitdaging voorgeschoteld krijgen om een liedjestekst te schrijven met als titel: “Een walvis is gekomen”.

Dat het over een Walvis moet gaan, hoeft niet te verwonderen. Je bent al een paar jaar in de ban van het schitterende Moby Dick. Hoe is de fascinatie voor dit boek ontstaan?

Enkele jaren geleden suggereerde Hendrik Tratsaert (Vrijstaat O, Oostende) me om ‘iets’ te doen met “Moby Dick”, het magnum opus van Herman Melville. De beelden, taferelen en personages in dat boek zijn wereldberoemd en spreken tot ieders verbeelding en net daarom heeft dat idee me nooit meer losgelaten. Iedereen heeft wel ooit eens gehoord, gezien of gelezen van de witte walvis en zijn gezworen vijand, kapitein Ahab. In de loop van verschillende experimentele workshops bracht ik met Ensemble Leporello de personages tot leven: we bewerkten tekstfragmenten en we ensceneerden de ondergang van de Pequod, het schip van kapitein Ahab. Door de collega’s in Menen voor te stellen om “Moby Dick” als inspiratiebron te kiezen, brei ik nu gewoon verder aan deze mooie obsessie.

Affiche Salto

U maakt van uw voorstellingen vaak totaaltheater in de zin dat u verschillende de disciplines (circus, theater, muziek, commedia dell’arte) met elkaar combineert. Het lijkt me dat u steeds kleine artistieke feesten organiseert waar expressieve vormen met elkaar dansen. Hoe staat u tegenover dit beeld?

‘Kleine artistieke feesten waar expressieve vormen met elkaar dansen’, ik kan me vinden in die formule. Bovendien probeer ik de multidisciplinaire producties steeds te realiseren zonder technologie, ‘unplugged’. De spelende mens, op een lege scène, staat centraal.

Is dat volgens u de kracht van theater, die spelende mens?

Ja, In essentie is theater een kunstvorm waarbij mensen voor een publiek handelingen uitvoeren. Ze zingen, ze dansen en ze spreken en daardoor boeien ze diegenen die kijken. Theatrale eerlijkheid komt in het gedrang als we de productie laten leiden door andere overwegingen dan het theatrale.

Wat bedoel je daar precies mee?

Het is niet omdat het een belangwekkend boek is, bijvoorbeeld, dat het goed theater zal opleveren. Idem met een ‘goed doel’ of eender welke inhoud. Waardevolle podiumkunst verschuilt zich niet achter iets dat niet tot de essentie van die kunst behoort, maar drukt er zich mee uit. De voornaamste kracht van theater ligt volgens mij in de rol die deze ‘live’ kunstvorm kan spelen in een wereld die steeds meer geobsedeerd is door het beeldscherm. Dit gezegd zijnde: “Moby Dick” is wel een machtig boek!

U bent geboren in Oostende maar u werkt en woont al meer dan 20 jaar in Brussel. Hoe is het om nu terug met de voeten in de West-Vlaamse klei te zitten?

De eerste productie van Ensemble Leporello werd in 1985 gemaakt in de Ancienne Belgique te Brussel - dat is 30 jaar geleden! Ik ben er sindsdien gebleven maar ik heb steeds een stek gehad in Oostende. Geen maand gaat voorbij zonder dat ik naar West-Vlaanderen kom. Leporello’s voorstellingen worden niet alleen in West-Vlaanderen geprogrammeerd, een aantal ervan zijn er zelfs gemaakt en in première gegaan. De Vlaamse klei is een vruchtbare voedingsbodem.

Heeft die Vlaamse klei u gemaakt tot de theatermaker die je vandaag bent?

Vreemd genoeg ging ik als jongere in Oostende nooit naar theater. Het is allemaal later ontstaan, eerst in Brussel, dan in Parijs waar ik studeerde aan de internationale theaterschool Jacques Lecoq. Slechts langzaam werd me het duidelijk ik dat ik als podiumkunstenaar door het leven zou gaan. Maar het is wel een feit dat veel Vlaamse groepen zoals bijvoorbeeld Needcompany, Rosas, Les ballets C de la B, Stan en Peeping Tom, Vlaanderen op de wereldkaart van de podiumkunst hebben gezet.

Aan wat ligt dat denk je?

Zoiets heeft vele mogelijke redenen: In de eerste plaats is België een kruispunt van vele culturen en dus rijk aan inspiratie. Er is ook een slimme subsidiepolitiek gevoerd en er is het gegeven dat Vlaamse theatermakers veel minder ontzag hebben gehad voor de klassieke traditie waardoor vernieuwing mogelijk werd.

Over vernieuwing gesproken, wat zijn je plannen voor de toekomst?

Dit jaar nog staat de première van Cyberchute op de agenda en repeteren we in Brussel aan “Wachten op Godot”, dat in februari in première zal staan. In het jaar erop staat vooral Shakespeare op het programma. Ik wil vanaf 2016 elk jaar iéts met Shakespeare doen, gaande van opera tot verteltheater.

Het lijkt erop dat je opnieuw spannende en vruchtbare tijden tegemoet gaat. Ik kijk alleszins uit naar je nieuwe werk en zeker ook naar alle spelende, sprekende, bewegende en zingende mensen tijdens SALTO 2015. Bedankt!

Tekst: Mats Van Herreweghe

Meer info over SALTO SALTO STADSFESTIVAL MENEN 2015 - saltofestival.be
Voornaamste bron van inspiratie: “Moby Dick” van Herman Melville Coördinator: CC De steiger, Menen Co-curator: Ensemble Leporello (Brussel) o.l.v. Dirk Opstaele Met: Bud Blumenthal van Compagnie Hybrid, Sabrina Montiel-Soto van The Fentum Factor, componist Frederik Neyrinck, fotograaf Karel Waignien, costumière Veerle Hasselman, lokale participanten, koren, muzikanten…

Meer UiTgelicht

UiT in zuidwest is een realisatie van zuidwest | www.zuidwest.be | alle rechten voorbehouden | privacyverklaring zuidwest | UiTPAS gebruiksvoorwaarden | UiTPAS privacybeleid