Een ode aan het Bos! Festival

Zaterdag 13 juli was het weer zover. Voor de derde keer toverde de organisatie van Wilde Westen het prachtige natuurdomein Bergelen om tot een heuse festivalweide. Deze editie kon rekenen op de komst van Absynthe Minded, The Bony King of Nowhere en Beak>. Maar behalve een mooi gevulde, gevarieerde affiche, is er nog zo veel meer dat Bos! Festival definieert en voor jong en oud de moeite maakt.

Ten eerste is het evenement toegankelijk voor alle leeftijden: voor kinderen onder de twaalf betaalt u geen kaartje en het terrein is uitgerust met een speelplein uit ieders kinderdromen. Terwijl de kroost speelt, kunnen de ouders – al dan niet op kampeerstoeltje – hun muzikale noden laten vervullen aan een van de vier podia. Ten tweede trekt Wilde Westen voor dit festival tussen de bomen trots de ecokaart, en hoe. Nergens viel ook maar een strookje plastiek te bespeuren, de eerste 150 bezoekers met de fiets kregen een gratis Lotto-voucher en de foodtrucks werkten zowel zonder plastiek als zonder vlees. In tijden waarin massafestivals hele vuilnisbelten weten te vullen, is een gemeende ecologische insteek meer dan welkom. 

Natuurlijk blijft het in de eerste plaats een muzikaal evenement. Het eerste optreden dat we zagen, was MONOMONO, het elektronische project van Anne van de Star en Hester Bolle. De twee dames hadden het kleine podiumpje op de open plek volgestouwd met synthesizers en apparatuur allerhande en bouwden hun geluid laag per laag op. Ook werd soms naar een viool gegrepen, waarvan de sound uiteraard danig vervormd werd, wat een akoestische draai gaf aan de knisperende electronica. En dat was meteen ook het grote probleem van de set: die kraakte en spokte en hing af en toe met haken en ogen aaneen. Het geluid was helemaal overspannen en de technische akkefietjes plaatsten een serieuze domper op de feestvreugde.

Daarna was Jan Verstraeten op het hoofdpodium aan de beurt. De multi-instrumentalist begon aan een klein, geel pianootje maar zou zich tijdens het optreden ook nog een begiftigd gitarist en contrabassist tonen. Bovendien klonk zijn stem loepzuiver en kon zijn band er ook wat van. Met maar liefst drie violen, een cello, een contrabas, drumstel en een tweede (al even vintage) piano, verkeerde Verstraeten in goed gezelschap. Alles klonk haarscherp en de muzikanten waren perfect op elkaar ingespeeld. Met de ironische sneer “dit is de grootste hit die ik ooit geschreven heb”, begon Verstraeten aan een minimalistische cover van ‘Survivor’ (Destiny’s Child) en ook de gekke, gele maskers die iedereen plots opzette, verleenden de nodige dynamiek aan een behoorlijk rustig optreden.

Op weg van het ene podium naar het andere bleven we hangen bij een hele hoop vreemde constructies tussen twee heuvels. Dit bleek het werk van Wannes Deneer te zijn, die met zijn Tuning Things een andere kijk biedt op klassieke instrumenten. Percussie op betonijzer, een wiel dat mechanisch aangedreven over een keyboard glijdt, een schuiftrompet die beweegt door een ballonnetje, je kan het zo gek niet bedenken of het maakte deel uit van de indrukwekkende installatie. Gedurende een halfuur toonde de klankartiest samen met twee muzikanten hoe ieder zelfgemaakt instrument functioneerde en welk geluid eruit kwam, iets wat op het eerste zicht vaak onmogelijk te zeggen was. Tussen alle piano’s en violen die de revue passeerden op Bos!, was deze installatie een welgekomen vernieuwing.

Daarna naar Steiger, het trio uit Gent dat zich stilletjes in de Belgische jazzscene genesteld heeft. Met een piano, contrabas en drumstel lijken ze qua opstelling verdomd goed op het epische De Beren Gieren, dat vorig jaar op exact hetzelfde podium een diepe indruk achterliet. Hoewel de stukken knap gestructureerd waren en tegelijk ruimte lieten voor improvisatie, klonk de piano iets te schel en waren we al bij al niet van ons kampeerstoeltje geblazen.

Reikhalzend keken we al de hele dag uit naar Joep Beving, de Nederlandse pianist die al een heel resem albums op zijn palmares heeft staan. De setting kon niet beter: de ondergaande zon wierp haar laatste restjes daglicht op de ronde plek tussen de heide, waar het publiek het zich gemakkelijk maakte. Met de ogen gesloten ondergingen we de reis door het hele muzikale en emotionele spectrum dat ons werd aangeboden door de pianovirtuoos. Doordat hij ons in het begin verzocht had niet te applaudisseren tussen de liedjes door, versmolten de aparte stukken tot een lange stroom en werden we niet uit onze trance verstoord. Toen de laatste noten wegstierven en we eindelijk mochten klappen, was de zon achter de bomen verdwenen en trokken we enigszins verweesd de nacht in.

Als afsluiter kozen we ervoor ons oor te luisteren te leggen bij Beak> in plaats van het overlappende Mooneye. Drie jaar geleden zagen we het drietal uit Bristol aan het werk op Sonic City en dat kon ons zo bekoren dat we gretig tekenden voor een tweede ronde. Geoff Barrow (je weet wel, die van Portishead) nam plaats achter het drumstel en bemerkte laconiek dat het wel leek alsof ze op een trouwfeest geboekt waren, zo idyllisch was de locatie. Aan humor ontbrak het de show zeker niet; de drie bandleden staken elkaar als kwajongens de loef af. Maar behalve ginnegappen kon Beak> ook een stevige show presenteren. Met de repetitieve en tegelijk beukende baslijnen, ijle vocals en uitgerekte synths werden we even terug gekatapulteerd naar het tijdperk van de krautrock. De buil die we aan de landing overhielden, namen we er graag bij.

Klokslag één uur stuurde het drietal de laatste noten van deze editie het bos in. Bedtijd voor de nestelende vogels en voor ons. Tot volgend jaar.    

Tekst: Hanny Craeye

Created at: 16/07/2019

Reactie toevoegen

Reacties

UiT in zuidwest is een realisatie van zuidwest | www.zuidwest.be | alle rechten voorbehouden | privacyverklaring zuidwest | UiTPAS gebruiksvoorwaarden | UiTPAS privacybeleid