Carll Cneut

© Carll Cneut

Het perfecte boek is niet van deze wereld

Onder de talrijke figuren die wij tot UiTblinker uitriepen, ontmoetten we er weinig die zo opgewekt en monter door het leven gaan als Carll Cneut. Hij is dan ook één van de meest productieve illustratoren van het land. Ja, ik ben een contente mens”, antwoordde hij dan ook prompt op de vraag wat zijn levensdevies is. Een extra aanleiding om tevreden te zijn was voor hem alvast de toekenning van de tweejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs der Letteren. Ook een illustrator maakt nu eenmaal een eigen interpretatie van een verhaal. 

 Carll Cneut

Zesenveertig is Carll nu. Op zijn 27ste is hij als illustrator begonnen. Hij is geboren in het H. Hartziekenhuis in Roeselare en is afkomstig van Geluwe (Wervik), maar woont en werkt al jaren in Gent. Hij studeerde er grafische vormgeving aan het Sint-Lucasinstituut en is er achteraf blijven hangen. Hoewel hij na zijn studies niet direct plannen had om boeken te illustreren, is hij door toevallige ontmoetingen als ‘t ware in dat vak gerold.

Hoe ging dat dan precies?

“Mijn debuut lag bij het damesblad Flair waar ik illustraties mocht leveren bij reportages en verhalen die daarin verschenen. Sindsdien geef ik al tien jaar les en ben ik inmiddels al negentien jaar als illustrator aan de slag. Voor alles voelde ik mij namelijk een … boekenmaker.”

Betekent dit dat je dan ook telkens zelf het tekstmateriaal moet leveren?

“Neen. Het eerste boek waarvoor ik zelf zowel de tekst als de tekeningen maakte, was in het Engels: "Het ongelooflijke liefdesverhaal van Heer Morf". Dat verscheen gelijkertijd in een Nederlandse vertaling bij de uitgeverij De Eenhoorn in Wielsbeke. Ik vermoed in 2003. Sindsdien kreeg ik zoveel mooie projecten aangeboden dat ik voorlopig de ambitie liet varen om zelf teksten te gaan schrijven. Misschien dat het er ooit nog wel es opnieuw van komt. Toch blijft illustreren een stiel apart.”

© Carll Cneut

Is een illustrator dan ondergeschikt aan de auteur?

Wat mij betreft alvast niet want ik werk enkel met die mensen die bereid zijn om mij de ruimte en de vrijheid te geven om mijn eigen getekende versie van het verhaal weer te geven. Elke tekening zie ik dan ook als mijn eigen interpretatie van een door hen geschreven verhaal. Er kan dan ook verschil zijn tussen hoe de auteur dat zelf dat had gezien en wat ik er uiteindelijk mee heb aangevangen.”

Mede-auteur

Hoe gaat die samenwerking precies in haar werk?

“Ik lees hun manuscripten en als daar iets bij zit wat echt mijn aandacht trekt, dan ga ik praten met de auteur over hoe hij dat zelf ziet. Ik wil dan ook weten of hij bereid is om dat los te laten. In het juryverslag dat mij recent de Vlaamse Cultuurprijs der Letteren opleverde, werd dan ook gezegd dat ‘ik mee vertel’. Een vermelding waar ik bijzonder blij om ben omdat ik me vaak mede-auteur voel. Voor mij was die passus van groot belang. Ik heb bijvoorbeeld het boek gemaakt ‘Eén miljoen vlinders’ en voor de auteur ging dat over een jongen en een meisje. Maar dat was door de schrijver nergens specifiek zo vernoemd. Als illustrator bood mij dat de ruimte om een eigen interpretatie te maken. Eenmaal de schetsen zijn gemaakt ga ik wel nog samen zitten met de auteur. De meeste met wie ik samenwerk zijn ook vrienden. Voor negentig procent gunnen ze mij de volledige vrijheid.”

© Carll Cneut

Zijn er ook al manuscripten geweest die je hebt geweigerd?

“Jawel. Soms krijg ik een manuscript dat een prachtig verhaal is maar waar ik gevoelsmatig niet kan in meegaan. Dan maak ik meteen ook duidelijk dat ik voor hen niet de meest geschikte persoon ben. Als illustrator moet je ook meteen voelen of een project al dan niet voor jou is. Je werkt vaak heel lang aan zo’n boek – tussen de acht tot tien maanden - dus moet je dan ook echt zin hebben om al dan niet met een auteur in zee te gaan.”

Wat was het allereerste boek dat je illustreerde?

“De poëziebundel ‘Varkentjes van marsepein’ van Geert De Kockere in 1996. Het boek werd meteen geselecteerd voor de tentoonstelling “Vlaamse Reuzen” op de internationale kinderboekenbeurs in Bologna. Ik zou uiteindelijk zeven boeken maken met Geert. Het zou het begin worden van een intense samenwerking met uitgeverij De Eenhoorn in Wielsbeke die meerdere van mijn boeken uitgaf. Het vierde boek heette ’Willy’. Dat was geen poëziebundel maar een verhaal. Ik won er in 2000 de Boekenpauw mee. Ondertussen hebben Geert en ik de jongste twintig jaar samen al een mooi parcours afgelegd!”

Hoe pak je het aan om ook in het buitenland met je werk aan de bak te komen?

“Ik ben vaak onderweg om mijn werk te promoten. Zo ben ik pas terug van een tiendaags werkverblijf in Italië. Om de andere dag ontmoette ik in een andere stad mensen. Begin november verschijnt een nieuw werk in Frankrijk. Ook daar moet ik binnenkort naartoe.” 

Gedurende maanden in je werkkamer aan een zelfde boek werken lijkt mij wel een eenzame bezigheid. Of vergis ik me?

“Een televisie staat er niet (meer). Muziek hoort er wel bij. Soms de hele dag door. Velen denken dat ik dan enkel maar klassieke muziek opzet. Mis. Soms kan dat ook dance zijn en er vrij heavy aan toe gaan!”

© Carll Cneut

Intens

Van 2 december 2014 tot 10 mei 2015 - bracht je je tijd door in de Sint-Pietersabdij voor het project In my Head. Hoe was dat?

“Alvast fantastisch om te doen maar ook honderd keer intenser en vermoeiender dan ik vooraf zelf had ingeschat. Bijna 15.000 bezoekers kwamen daar over de vloer. Naast een audioguide voor de bezoekers hield ik er een atelier waar ik elke dag aan het werken was. Eigenlijk was dat één lange signeersessie.”

Ook de cabaretier Wouter Deprez werkte aan dat project mee. Jullie kennen elkaar al lang?

“Wouter is zes jaar jonger dan mij en eveneens van Geluwe afkomstig. Zijn oudere broer Lieven zat bij mij in de klas en was één van mijn beste vrienden. Wouter - een zeer gedreven en schone mens! - leerde ik vooral in Gent kennen. Naar aanleiding van Klei, de audioguide van de tentoonstelling stonden we ook een drietal keren samen op het podium met een kleine voorstelling. Dat was o.a. in de Vooruit in Gent. Ik moest ontzettend alert zijn want hij improviseerde er vaak op los! Geen enkele van die voorstellingen was dan ook dezelfde.”

Kreeg je dan geen last van plankenkoorts?

“Eigenlijk niet. Voor een publiek staan, dat leer je wel snel! Ik houd vrij veel lezingen en sta ook vaak voor de klas. In Engeland heb ik ooit zelf voor grote zalen gespeeld.”

Wat doe je om je echt te ontspannen?

“Naar de televisie kijken. Documentaires vooral. En dan bij voorkeur naar de BBC. Ook op tijd en stond es met vrienden uit gaan eten vind ik heerlijk.”

Doe je ook aan sport?

“Nog niet maar vanaf morgen begin ik er beslist aan!”

Tot op vandaag realiseerde je al een uitgebreid oeuvre. Wat beschouw je zelf als je meesterwerk?

“Dat zal altijd het boek worden waar ik zelf nog moet aan beginnen. Het perfecte boek is nu eenmaal niet van deze wereld! Mocht dat wél zo zijn, dan moet ik er meteen mee ophouden!”

Waar ben je op dit eigenste moment mee bezig?

“Ik heb nu net een nieuw boek af, samen met Peter Verhelst. Eén met een heel lange titel: ‘De Jongen, De Neushoornvogel, De Tijger, De Olifant en Het Meisje’. De tekst en illustraties liggen al bij mijn uitgever en het moet tegen één december in de winkel liggen.”

Wat is je levensdevies?

“Ik ben gezond, ik krijg veel erkenning, ik mag vaak op reis, ik beleef toffe dingen. Beter kan ik het eigenlijk niet hebben. Mijn devies luidt dan ook: wat ben ik een contente mens!”

© Carll Cneut

Tekst: Bernard Vancraeynest

Meer foto's van de illustraties van Carll Cneut zijn te vinden op https://www.facebook.com/uitinzuidwest

Meer UiTblinkers

UiT in zuidwest is een realisatie van zuidwest | www.zuidwest.be | alle rechten voorbehouden | UiTPAS gebruiksvoorwaarden | UiTPAS privacybeleid